Het groene gras aan de andere kant van de grens

Allereerst: iedereen een gezond, gelukkig en succesvol 2019, vooral degenen die dit jaar voornemens zijn (als in: goede voornemens!) hun zaak naar Duitsland uit te breiden. Voor hen maar natuurlijk ook alle andere lezers beginnen we dit jaar met een aantal columns over een minder zakelijk onderwerp dat zakendoen met de buren echter behoorlijk kan beïnvloeden: hoe groen is het gras aan de andere kant van de grens?

Wat hebben Nederlanders dat Duitsers willen?

De paarden op bovenstaande foto willen wel erg graag naar de overkant. Dat zullen we Duitsers, in overdrachtelijke zin uiteraard, niet zo gauw zien doen. Toch doen, laten of hebben Nederlanders dingen die in de ogen van de Duitsers aantrekkelijk maar ook een beetje vreemd zijn.

Het eerste wat Nederlanders dan te binnen schiet: vergeleken met Duitsers zijn wij zo ‘locker’, losjes dus. Dat zouden vele Duitsers ook graag zijn, in ieder geval af en toe en als er 100% zeker geen nare gevolgen zijn – want losjes zijn is best eng… De hang naar zekerheid zit de Duitsers in het bloed en dat heeft natuurlijk met de geschiedenis te maken, in het bijzonder de geschiedenis van de 20e eeuw. Dat is ook een van de redenen waarom Duitsland zo veel regels en voorschriften kent. Deze mate van bureaucratie hebben we in Nederland gelukkig niet. Ook al zeuren we vaak over ons land en onze overheid, we hebben met heel wat minder red tape te maken dan onze Oosterburen. Neem als voorbeeld de AVG: Duitsland heeft er niet minder dan 80 extra voorschriften bij de Europese basisversie bedacht, gewoon om er zeker van te zijn dat alles is vastgelegd en niets aan het toeval wordt overgelaten.

Aan deze kant van de grens hoeven we al die regels niet want Nederlanders zijn ervan overtuigd dat het wel goedkomt! Over deze houding (waarop menig Duitser best een beetje jaloers is) gaat de volgende column.

 

WoordenTalent / Gaby van Halteren,